Hoeveel belasting betaal je over spaargeld, aandelen en een tweede huis?

In Nederland is er officieel geen vermogensbelasting, wel een vermogensrendementsheffing: je betaalt een heffing over je vermogensrendement uit sparen en beleggen. Deze belasting is uitgewerkt in box 3 van de inkomstenbelasting. De bezittingen mogen worden verminderd met de schulden, het resterende bedrag is grondslag voor de belastingheffing. De eigen woning valt hier niet onder maar een eventuele tweede woning wel. De heffing betaal je niet over de daadwerkelijk gemaakte rendementen, de overheid bepaalt welk rendement je gemaakt moet hebben.

Kelly Hendrikse
Taksgemak

Heffingsvrij vermogen
Iedereen heeft een heffingsvrij vermogen. Dit vermogen wordt buiten de belastingheffing gehouden. Het heffingsvrije vermogen is voor het jaar 2019 vastgesteld op 30.360 euro per persoon. Hierover betaal je dus geen belasting. Heb je een fiscale partner, dan betaal je in totaal over 60.720 euro geen belasting.

Forfaitair rendement
Het maakt niet uit of de rente nu 0%, 1% of 5% is en wat je daadwerkelijk voor rendementen behaalt. Wettelijk is vastgelegd wat jouw rendement is. Dit wordt een fictief rendement genoemd. Tot en met 2016 werd uitgegaan van een fictief rendement van 4%. Vanaf 2017 wordt er een ingewikkeldere berekening gemaakt waarna een rendementspercentage uit de hoge hoed wordt getoverd: dat is dan jouw rendement. Hiervoor wordt er gebruik gemaakt van 3 schijven, de percentages wijzigen ieder jaar. Over het fictieve rendement betaal je dan 30% belasting.

Tabel berekening rendement in 2019 (na aftrek heffingsvrij vermogen)

Schijf Vermogen na aftrek heffingsvrij vermogen Percentage fictief rendement Vermogensrendementsheffing 2019
1 Tot en met € 71.650 1,935% 0,5805%
2 Vanaf € 71.650 tot en met € 989.736 4,451% 1,3353%
3 Vanaf € 989.736 5,60% 1,68%

(Bekijk het overzicht tarieven en belastingschijven voor percentages van andere jaren)

Het peilmoment van het vermogen is 1 januari. Dat betekent dat je de waarde van alle bezittingen op 1 januari moet nemen, minus de schulden op 1 januari en minus het heffingsvrij vermogen. Daarna kun je de uitkomt vermenigvuldigen met de vermogensrendementsheffing.

Rekenvoorbeeld 1
Stel: je hebt 100.000 euro op 1 januari 2019 op je spaar- en beleggingsrekeningen staan, je hebt geen fiscale partner en geen schulden. De berekening is dan 100.000 euro minus een heffingsvrij vermogen van 30.360 euro. Hierna blijft een bedrag van 69.640 euro over waarover een vermogensrendementsheffing van 0,5805% betaald moet worden. Dus 69.640 x 0,5805% = 404,26 euro belasting.

Rekenvoorbeeld 2
Stel: je hebt op 1 januari 2019 een tweede woning van 1.000.000 euro die je verhuurt, je hebt een fiscale partner en op deze woning rust nog 100.000 euro hypotheek schuld. De berekening is dan 1.000.000 euro minus 100.000 euro schuld en minus een heffingsvrij vermogen van 60.720 euro (want 2 personen). Hierna blijft een bedrag van 839.280 euro euro over waarover vermogensrendementsheffing betaald moet worden.
Over de eerste 71.650 euro betaal je 0,5805%, dus 415,93 euro.
Over het restant van 767.630 euro betaal je 1,3353%, dus 10.250,16 euro.
Totaal betaal je 10.666,09 euro belasting. De huurinkomsten zijn je werkelijke rendement, maar dat is niet van belang want er wordt uitgegaan van een fictief rendement. Je betaalt dus niet nogmaals belasting over de huurinkomsten.

Oneerlijk
Veel mensen vinden deze vermogensrendementsheffing oneerlijk. Enerzijds omdat over het spaargeld al eens belasting is geheven toen het werd verdiend, bijvoorbeeld in de vorm van loon of winst. Mensen die het geld direct uitgeven hoeven er niet nogmaals belasting over te betalen. Zo wordt sparen ontmoedigd en het consumeren juist gestimuleerd. Anderzijds kan de heffing als oneerlijk worden gezien omdat er niet wordt gekeken naar het werkelijke rendement, er wordt uitgegaan van een fictief rendement. Dat betekent dat iemand die belegt en veel rendement maakt dus een voordeel heeft ten opzichte van mensen die sparen en weinig rente ontvangen. Dat terwijl de spaarrente tegenwoordig steeds lager is.

Ontwijken
De belasting over spaargeld wordt op een aantal manieren ontweken. Eén van die manieren is het oprichten van een BV. Natuurlijk moeten er dan wel oprichtings- en onderhoudskosten worden betaald. Een BV is vennootschapsbelasting verschuldigd over het daadwerkelijke resultaat en je moet aangifte vennootschapsbelasting doen. Deze constructie is dus zinvol wanneer het rendement van het spaargeld minder is dan het fictieve rendement. Naast het oprichten van een BV zijn er natuurlijk ook nog andere manieren om belastingheffing over het spaargeld te verminderen zoals de aankoop van een huis in het buitenland. Het huis geef je netjes op in de belastingaangifte, maar je betaalt er in Nederland geen belasting over.

Spaargeld en overige bezittingen geef je aan via de aangifte inkomstenbelasting. Laat dit voordelig voor je doen door Taksgemak. Wel zo makkelijk. Taksgemak kan je ook adviseren.

Kelly Hendrikse, belastingconsulent Taksgemak


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *